Materiaal

Toen ik begon met het schilderen met olieverf wist ik niets van het materiaal waarmee ik bezig was. Ik kocht tubes verf in kleuren waarvan ik gevoelsmatig dacht dat ik die moest hebben. Ik kocht varkensharen penselen in diverse maten. Terpentine om de verf te verdunnen en penselen schoon te maken. Als drager gebruikte ik schilderslinnen dat ik kant en klaar gespannen op een spieraam kocht. Het schilderen kon beginnen. Ik had geen boek gekocht over het gebruik van de materialen.

Vol overgave begon ik met dit materiaal de grote meesters uit de 17e eeuw na te schilderen. Vele schilderijen werden gemaakt zoals Diana bespied door de ouderling (Rembrandt), De schaking van de dochters van Leucippus (Rubens), De val der opstandige engelen (Rubens), Rubens zittend met zijn vrouw Isabella voor een kamperfoeliestruik (Rubens), een portret van een vrouw (C. Versprocnk) enzovoort.

Apetrots op hetgeen ik maakte en gestimuleerd door mijn omgeving merkte ik dat ik kennis te kort kwam. Op aanraden van een lokale kunstschilder kocht ik het boek "Max Doerner schilderkunst" over het gebruik van diverse materialen bij het schilderen. 

Een wereld ging voor mij open. Na dit boek verzamelde ik alles wat ik maar over schildersmateriaal kon kopen. Het ambachtelijke schilderen uit de tijd van Rembrandt met de daaraan gekoppelde techniek gaf mij een nieuwe impuls. 

Alleen de lucht al van mastiekhars, venetiaans terpentijn, lijnolie en terpentijn gaf mij een extra kick. De pigmenten, dekkende, half dekkende en transparante, maakten het voor mij nog interessanter. Ik kon gaan schilderen in lagen waarbij onderliggende lagen gingen doorschijnen. Glaceren werd voor mij een begrip. Vanzelfsprekend kun je met een marterharen penseel een mooiere lijn trekken dan met een varkensharen penseel.

De reden waarom ik natuurharsen gebruik: 

  1. Ik heb een sterke hang naar het ambachtelijke; 
  2. Het materiaal heeft zijn kwaliteit bewezen in diverse schilderijen uit de 17e eeuw die er nu nog steeds fantastisch uitzien; 
  3. De filosofie rondom de mens in de natuur. Moet de mens de natuur kapot maken door deze te vervuilen met kunststoffen of moet de mens de producten gebruiken die de natuur ons biedt en die de duurzaamheid hebben bewezen, en last but not least; 
  4. Het schilderen met zoveel mogelijk zintuigen. De lucht van hars en terpentijn, het verwerken van deze materialen en de conserverende werking van de kleuren.

Tot dan werd geschilderd met natuurharsen zoals vermeld tot het moment dat zich een allergie manifesteerde, die mogelijk mijn hele leven kon veranderen. Een allergie voor terpentine en terpentijn!!!!! Door dagelijks deze oplosmiddelen op te snuiven zonder goede ventilatie in mijn atelier ontstond pijn op de borst, zuurbranden, netelroos kortom voor mij een ramp. Na een hoop pluizen en proberen heb ik een goed alternatief gevonden zonder concessies te moeten doen aan de manier waarop geschilderd werd (in glacislagen). Van mastiekhars (in terpentijn oplosbaar) werd overgegaan naar alkydhars (in terpentine oplosbaar) en vervolgens naar acrylaathars (oplosbaar in water). Om de transparantie van de pigmenten te bevorderen wordt een glaceermedium gebruikt dat tevens droogvertragend werkt. De schilderijen vanaf omstreeks 2006 zijn dus geschilderd in acryl.

In het boek van Max Doerner werden ook diverse dragers beschreven zoals linnen, katoen, koper, steen, hout,  enzovoort. Hout is gevaarlijk omdat het vatbaar is voor houtworm en het feit dat het werkt. Toch heb ik gekozen voor hout in de vorm van masonite. Op dit moment wordt de achterzijde voorzien van een handtekening of een monogram. De schilderzijde wordt door mij opgebouwd door meerdere grondlagen om vervolgens de ondertekening te maken. Hierna wordt het schilderij in lagen verf opgebouwd van mager naar vet om craquel√© te voorkomen.

Het medium waarmee ik schilder bestaat uit een deel mastiekhars, een deel venetiaans terpentijn en een deel lijnolie. Ik gebruik geen siccatieven om nadonkeren van het geschilderde te voorkomen en niet de kans te lopen op zogenaamde schijndroogte waardoor mogelijkerwijs craquelé ontstaat. Een nadeel is wel dat ik met lange droogtijden zit zodat ik moet wachten om de volgende lagen verf aan te brengen. Ik ben in de "gelukkige" omstandigheid dat ik geen productie hoef te leveren dus de droogtijden leveren niet al te veel frustraties op.

Mijn schilderijen kenmerken zich door de gladheid van het oppervlak. Door het schilderen in meerdere glacislagen met een vrij spekkig medium zie je amper de penseelstreek.

Omdat beide zijden van de drager zijn afgesloten met verf heb ik tot nu toe geen last gehad van het kromtrekken van het paneel. Ondanks vrij extreme omstandigheden zoals sterke temperatuurwisselingen en schommelingen van vochtigheid, heb ik nooit iets dergelijks waargenomen.

Ik schilder met penselen van varkenshaar (voor het schilderen van het inkarnaat), kattentongen van rundhaar (voor het schilderen van grote vlakken) en marterhaar (voor het schilderen van het detail). Voor het schoonmaken van het materiaal maar ook bij de onderschildering gebruik ik gerectificeerd terpentijn. Ook heb ik voor de onderschildering wel eens eitempera en acrylverf gebruikt.